Vroeger

De laatste tijd is het prettig weer. Niet te warm, niet te koud. Precies goed. Soms zijn er dagen met uitschieters. Te heet, perfect om binnen te blijven en de Tour de France te kijken. Ik ben geen wielerfanaat, maar de Tour heeft mij altijd geboeid.

Vroeger stond ik in deze periode op het pleintje. Vooral tijdens de lekkere zomerdagen, maar ook als het ging stortregenen hield ons dat niet tegen. We speelden lekker door. Zo kwamen mijn vrienden en ik de zomervakantie door. Waren we fit als het seizoen weer ging beginnen.

De voorkeur ging naar een asfaltveldje, soms weken we uit naar het betegeld veldje in een andere buurt. Vooral om nostalgische redenen. Op die veldjes gebeurde nog al wat drama. Terwijl de muziek draaide, bleven wij in onze wereld en streden wij tot letterlijk onze laatste zweetdruppel. Alleen naar huis om te eten, daarna weer naar het veldje.

Waarom begin ik over vroeger? Ik kijk naar mijn benen, overal deuken, plekjes, slecht herstelde wondjes. Vallen op een buitenveldje is niet prettig. Er vloeide nogal eens bloed. En jong als wij waren hadden wij natuurlijk geen pleisters bij ons. Ook al wisten we dat er een dag kwam dat we zouden vallen.

Duiken achter een bal aan, kan op zich binnen, maar buiten is dat minder slim. Toch deed ik het wel eens en had ik weer een mooie schaafplek te pakken. Alles voor de winst. Mijn benen zijn de stille getuige van deze ‘ongelukjes’. Nog een reden om op asfalt te spelen. Niet dat asfalt meeveert, maar op het betegelde pleintje lagen niet alle tegels meer recht. Gelanceerd worden door een stoeptegel uit de jaren zeventig, ziet er hilarisch uit, maar eenmaal geland doet het toch best pijn.

Het is al heel, heel, heel lang geleden dat ik op een pleintje speelde. En gelukkig heel, heel, heel lang geleden dat ik op een pleintje viel. Soms rijd ik in Maastricht langs een veldje en zie ik iemand vallen. Mijn maag krimpt ineen, eigenlijk wil ik dan stoppen en degene oprapen. Maar het is de les van het leven met vallen en opstaan. Zeven keer vallen, acht keer opstaan. Van het pleintje word je een echte man/vrouw.

Plaats een reactie