Op het Dak

Ik heb op veel verschillende pleintjes gespeeld, op veel verschillende ondergronden, in veel verschillende landen, onder veel verschillende weersomstandigheden. Ondanks dat ik geen echte straatbasketballer ben, vond en vind ik het leuk om daar waar ik ben een nieuw veldje te ontdekken. Al speel ik er zelf eigenlijk nooit meer op.

De beste pleintjes zijn voor mij van asfalt. Vooral omdat het egaal is. Tegenwoordig maken ze er ware kunstwerken van. Graffiti artiesten of kunstenaars schilderen de mooiste afbeeldingen. Een beetje profbasketballer heeft zijn eigen veldje. Zoek maar eens op Google naar die van Giannis, Luca of van Kobe. Een lust voor het oog.

Ik speelde op gravel, gras, steentjes, zelfs op zand. In Spanje, Griekenland, Kroatië, Italië. In wijken of in het centrum van grote steden als Groningen, Rotterdam en Amsterdam. De cultuur van het straatbasketbal spreekt mij aan. Relaxte sfeer, muziekje erbij en iedereen mag meedoen. Of je wel of niet kunt basketballen.

Ik speelde bij 40 graden, maar ook bij 5 graden onder nul. Ik nam een sneeuwschuiver mee en maakte het veldje sneeuw- en ijsvrij. Zolang ik maar kon basketballen. Mijn vingertoppen vroren er bijna vanaf, maar ik was in mijn nopjes. De beste pot basketbal speelde ik in de stromende regen bij zo’n 30 graden. Het stoom kwam gewoon van het asfalt omhoog. Memorabele momenten genoeg om iets over te schrijven.

Maar onlangs ontdekte ik een veldje dat ik eerst niet zag. Mijn vriendin en ik waren in Rotterdam. Toen wij de foodhallen uitstapten, hoorde ik het geluid dat de laatste 25 jaar één met mij is geworden. Het gedribbel van basketballen, gevolgd door een fluitje (op het oor een Fox 40). Ik keek om mij heen, kon het veldje niet spotten. Tot wij omhoog keken.

Boven op het dak van een hoog gebouw stond een hek met daarachter baskets. Twee veldjes. Kinderen waren daar fanatiek aan het spelen. Volgens mij hoorde het bij een school. Ik heb overal gespeeld, maar nog nooit ergens op het dak. Ik heb even naar boven gekeken en een foto genomen. Mocht ik er ooit nog eens komen, ga ik kijken of ik het dak op kan.

Plaats een reactie