Vanuit mijn Schrijfclub in Maastricht kreeg ik de opdracht in de tijdmachine van Barabas te stappen en een historisch moment uit de geschiedenis door mijn bril te beleven en te beschrijven. Uiteraard werd het een basketbalmoment. Dit wil ik graag met jullie delen.
Tragische figuren en records. Twee dingen die mij altijd mateloos hebben geboeid. Nu ik de kans krijg te reizen in de tijd, heb ik professor Barabas daarom gevraagd mij te sturen naar vandaag negenvijftig jaar geleden. Het moment dat een tragisch figuur een imposant record vestigde.
Wilt Chamberlain maakte die dag 100 punten. Alleen Kobe deed een aardige poging met 81. De kans dat het record ooit wordt verbroken is heel, heel, heel klein. Toch blijft er een bepaald mysterie rond de ontmoeting tussen de Philadelphia Warriors en de New York Knicks hangen. Hoe kan een man in één wedstrijd zoveel scoren? En hoe is nou eigenlijk het laatste punt gemaakt?
Er zijn praktisch geen live beelden beschikbaar en slechts enkele foto’s te vinden van de wedstrijd. Niemand lijkt te weten hoe de laatste score van Chamberlain erin ging. De geschreven pers wijkt namelijk af van het radiocommentaar. Het is hoog tijd voor mij dit uit te zoeken.
Terug naar 2 maart 1962. Als bedoeld arriveer ik in Hersey, Pennsylvania. Het seizoen loopt op zijn eind. De wedstrijd die gespeeld moet worden is om den keizersbaard. De toeschouwers laten het afweten en zijn op een hand te tellen. Gedesinteresseerde, voornamelijk blanke mannen, zitten strak in pak inclusief stropdasje, verspreid over de houten tribunes. De kranten worden open geslagen, de rook van hun sigaretten stijgt op naar de nok van de drie ringen tellende Herseypark Arena. Ik kijk met grote ogen rond. Tegenwoordig is dit ondenkbaar.
Bij binnenkomst van de teams zijn mijn ogen gericht op één persoon, Wilt Chamberlain. Ondanks de vele verhalen die ik over hem heb gelezen, knijp ik mezelf toch even in de arm. Wat een indrukwekkend lichaam heeft deze man. Een mooie man bovendien. Een reuzenkind. Hij torent hoog boven iedereen uit, zijn atletische lijf is een lust voor het oog. De gespierde armen, torso en benen extra geaccentueerd door het strakke hemd en korte broek. Constatering: in 2021 zijn wij weer helemaal retro. Waar jarenlang de tenues oversized waren, zijn ze nu strakker en korter, net als in 1962.
De eerste helft is gezapig en de ogen van het publiek blijven op de kranten gericht. Ook al gooit Wilt er 41 in, niemand kijkt er van op. Dat heeft hij al vaker gedaan dit seizoen. Ik krijg wel gelijk antwoord op mijn eerste vraag. Wilt wordt verdedigd door een blanke boerenpummel met de naam Darall Imhoff. Een Dolf Lundgren look-a-like. Een stuk kleiner dan Chamberlain en vooral lang niet zo atletisch. Imhoff wordt rechts en links gepasseerd of hij er niet staat en de enige manier om zijn tegenstander tegen te houden is door fouten te maken. Hij komt snel in foutenlast en moppert op de scheidsrechters. “Waarom geef je die jongen niet nu al honderd punten, dan kunnen we allemaal naar huis!” Alleen ik weet op dat moment dat Darall Imhoff beter waarzegger had kunnen worden dan basketballer.
Cleveland Buckner krijgt de ondankbare taak Imhoff te vervangen. De nog kleinere Buckner komt in het veld op het moment dat Chamberlain in het derde kwart gas geeft. Langzaam worden de kranten opgevouwen en gaat het publiek er eens goed voor zitten. Geroezemoes vult de zaal. De mensen krijgen door dat zij de uitverkorenen zijn van een bijzondere gebeurtenis. De stropdassen worden losgemaakt, de brildragers zetten de bril eens goed op en Wilt blijft maar door gaan. Met souplesse scoort hij op alle mogelijke manieren.
Met nog 10 minuten en 25 seconden te gaan verbreekt Chamberlain zijn eigen record van 78 punten. Ik krijg klamme handen en mijn hart gaat sneller kloppen ook al weet ik het eindresultaat. Wat er zich voor mij afspeelt is sensationeel. En gaat nooit meer vertoond worden. Ik ben Barabas dankbaar voor zijn tijdmachine. Samen met 4125 andere mensen ben ik getuige van een wonder. We gaan staan en scanderen “Geef Wilt de bal, geef Wilt de bal” en “Honderd, honderd, honderd”!
De stadionspeaker telt opgewonden alle scores mee. Terwijl zijn stem over slaat, hoor ik achter me bij het 84ste punt een radioverslaggever schreeuwen: “Mensen, mensen, mensen. Heeft u vrienden of kennissen die niet luisteren naar deze uitzending, bel ze op of ga langs. Er wordt vandaag geschiedenis geschreven!”
De tegenstander probeert de wedstrijd te ontregelen. De Knicks willen absoluut niet de twijfelachtige eer hebben 100 punten tegen zich gescoord te zien worden door één speler. Ze houden de bal extra lang in de ploeg en maken harde fouten. Philadelphia gooit alle ballen op Wilt en wanneer ze de bal niet hebben stoppen ze de tegenstander onrechtmatig, om zo snel mogelijk weer balbezit te krijgen. De laatste drie minuten van de wedstrijden duren inmiddels al twintig minuten.
Met 46 seconden te gaan, krijgt Chamberlain de bal van Joe Ruklick. Dan voltrekt zich het hoogtepunt van de avond en het antwoord op mijn tweede vraag. Het 100ste punt is geen dipperdunk, zoals het oude radiofragment mij vertelde, maar een simpel schotje. Het publiek is in extase en rent massaal de houten tribunes af om het fenomeen te omhelzen. Met veel moeite neemt iedereen weer plaats, zodat de wedstrijd uitgespeeld kan worden.
Van een journalist ter plekke krijgt Wilt een A4-tje in de handen gedrukt met het cijfer 100 erop. Een ongemakkelijke lach, zijn tanden bloot onder zijn strakke snorretje. Wilt lijkt niet tevreden, maar misschien is hij gewoon moe. De foto die gemaakt wordt is nog steeds wereldberoemd (voor ons basketballers). Voor mij het moment terug naar 2021 te gaan.
Verguisd tijdens zijn carrière, omdat ze hem geen echte winnaar vonden. Hij stond er nooit wanneer het echt moest. Deelde het bed met meer dan 20.000 vrouwen, waardoor men zei dat basketbal niet belangrijk genoeg voor hem was. Alleen was basketbal juist zijn leven. Wilt deed er alles aan de beste te zijn. Zijn arrogante houding tegenover teamgenoten en coaches werd hem niet in dank afgenomen. Chamberlain had de beste basketbalspeler allertijden moeten zijn. Zijn naam wordt alleen nooit genoemd in die conversatie. Zijn record nemen ze echter nooit meer van hem af.
