Elke club heeft wel zo’n zaaltje. Een zaaltje waar de muren de achter- en zijlijnen vormen. Eigenlijk niet verantwoord, maar bij gebrek aan beter een goede uitkomst. Vaak zijn acties op de baseline gevaarlijk, omdat het frame waar de basket aan gemonteerd is te kort is, dus heel dicht op de achtermuur(lijn). En duiken op een bal raad ik streng af om harde botsingen met beton te voorkomen.
In Hoogeveen was dit het sportzaaltje Dwingeland. En misschien heb ik daar wel mijn mooiste en fanatiekste potjes basketbal gespeeld. Daar was de muur fraai bedekt met een klimrek. Ook niet fijn om te toucheren. Ik liep er de zwaarste blessure uit mijn loopbaan op. Dit kwam alleen niet daar de belijning, dit was gewoonweg een pechgeval. Mijn linkervoet belandde op de rechtervoet van mijn tegenstander. Afgescheurde enkelbanden tot gevolg.
In Zwolle was dit een sportzaaltje bij het Greijdanus-college. Mijn kennismaking met Be Quick ’28. Ik vond het armoe troef. Het bleek dat zij al jaren daar hun vaste trainingen hadden op dinsdag. Gelukkig werd er op donderdag in een serieuze sporthal gespeeld. Het Greijdanus-avontuur duurde voor mij gelukkig kort. Het was geen fijne zaal. Donker en klein. Afschuwelijk. Wel de mooiste club waarvoor ik gespeeld heb. Hier heb ik geleerd: gun iedereen een tweede kans.
In Meerssen wijken wij uit naar buurdorp Ulestraten, waar ’t Uulke het toneel is van de voorbereidingen op het nieuwe seizoen. En eerlijk is eerlijk, dit is wel het mooiste zaaltje van de drie. Goede verlichting, mooie vloer en extra baskets met lichtjes aan de zijmuren. De lampjes in de ring draaien in verschillende kleuren rond. Gaat er een bal door de ring, dan flikkeren er witte lichtjes. Tijdens het spel heb je er niks aan, want we spelen op de andere twee baskets. Het is wel een leuke gadget voor de jeugd.
Nu was mijn vorm de laatste weken ver te zoeken. Dat had meer met mijzelf te maken, dan met het zaaltje. Wie weet dat het de komende weken beter wordt, nu wij weer naar de “grote” Marsana gaan. Moeten we weer een jaartje wachten tot wij weer in een muurlijnenzaaltje mogen trainen. Gelukkig!
