Afgelopen week twijfelde ik of ik wel naar de training zou gaan. In een sporthal met allemaal bezwete mannen bij elkaar is de kans groter om een virus op te lopen. Nee, ik ben niet bang voor het coronavirus. Ja, ik vind het wel een hele vervelende situatie. En ja, ik vind dat er in Nederland te nonchalant mee om wordt gegaan.
Als ik hoor dat 60% van de Nederlanders het ziet als slechts een griepje, begrijp ik dat niet. Als het slechts om een griepje zou gaan, waarom is het dan het nieuws van de dag. Wanneer veel mensen zich geen zorgen maken, waarom is iedereen er dan mee bezig. Misschien maak ik mij geen zorgen om mijzelf, maar wel om mijn medemens die onder de risicogroepen vallen. En ik vind dat iedereen dat moet doen.
Waarom ben ik dan toch naar de training gegaan? Omdat ik erop vertrouw dat mijn clubgenoten niet komen trainen wanneer zij vermoeden het virus te hebben of wanneer zij mogelijk geïnfecteerd kunnen zijn. We moeten in die zin vertrouwen in de medemens hebben. Alleen is dat wel lastig, wanneer er bijvoorbeeld 900 studenten van Vindicat lekker naïef naar Italië op wintersport gaan of medisch personeel gewoon gaat werken terwijl zij in een risicogebied zijn geweest. Ik vind dat raar.
Ik ben blij dat de NBB blijft informeren over de situatie en dat zij alles nauwlettend in de gaten houden volgens de richtlijnen van NOC*NSF en RIVM. Ook in de NBA hebben de teams richtlijnen toegestuurd gekregen. Tien aanbevelingen om verdere verspreiding van het virus te voorkomen, zoals geen high fives geven aan toeschouwers en handtekeningen uit delen. Puur uit voorzorg.
Misschien klink ik pessimistisch, maar dat ben ik niet. De komende jaren zullen er weer nieuwe virussen opduiken. De enige manier om het te bestrijden is om er samen alert op te zijn. Natuurlijk in je privéomgeving, maar ook bij je sportclub. Een virus tegen gaan is niet mogelijk, maar om verspreiding te voorkomen, kunnen wij allemaal een bijdrage leveren.
Mijn vertrouwen in mijn mede basketballers is groot, dus blijf ik trainen zo lang dat kan!
