Pleintjesbasketbal

“Nederland Olympisch kampioen basketbal!”

Een vreemde krantenkop, die in 2020 werkelijkheid kan worden.

Aan de goot van een kop-hals-romp boerderij in het Overijsselse Witharen hangt een basket. Op het erf speelt een kleine jongen van veertien met zijn neef tegen zijn broer en vriendje. Vol bewondering kijkt hij naar de acties van zijn neef Jasper en tweelingbroer Marcel. Het jochie is slechts toeschouwer, maar weet vanaf dat moment dat hij ook een goede basketballer wil worden.

Dertig centimeter later is dezelfde jongen midden in de winter met een sneeuwschuiver het veld speelklaar aan het maken. Het toneel is een oud pleintje met scheve baskets in het Zuiderpark in het Drentse Hoogeveen. Al twaalf maanden is hij elke dag aan het oefenen. Hij is zijn broer gevolgd naar de basketbalclub, maar wordt steevast als laatste gekozen. Tijdens wedstrijden speelt hij twee minuten. Getergd wil hij het tegendeel van de coach bewijzen, door hard te trainen ongeacht het weer. Hij wil de beste worden.

Tijdens een zomeravond speelt de jongen in het Wezenlandenpark in Zwolle. Na jaren hard werken is hij een gewaardeerd starter geworden. Eerst in Hoogeveen, nu Zwolle. Pleintjesbasketbal doet hij alleen nog voor de lol. Zijn droom om prof te worden, heeft hij al lang losgelaten. Deze avond speelt hij tegen Jesper Jobse. Jesper zal de jongen niet meer herinneren. Hij Jesper wel. Op dat moment nog zaalbasketballer in de regio.

Die jongen dat ben ik. Nooit het talent gehad om een topspeler te worden, wel altijd het hoogst haalbare eruit gehaald. Jesper maakt op zijn 36e zijn Olympische debuut als aanvoerder van het Nederlands pleintjesbasketbalteam, ook wel 3 x 3 basketbal genoemd. Vanaf de Olympische Spelen in 2020 staat 3 x 3 basketbal op het programma. Eindelijk heeft Nederland kans Olympisch kampioen basketbal te worden. Want deelname aan het traditionele 5 x 5 toernooi is nog nooit gelukt.

Ik blijf gewoon lekker spelen in de lagere regionen van de Nederlandse Basketball competitie in het Zuiden des lands. Iedereen heeft zijn sportieve dromen. Voor sommige worden deze werkelijkheid, voor anderen helaas niet. Toch is het leuk om later vertellen:  ik heb tegen een Olympisch kampioen gespeeld.

Richard Veldman

Plaats een reactie